Header image  
Wereldwijde voedselcrisis in 2008  
 
 

 


5 tips om iets tegen de voedselcrisis te doen


Het opvoeren van de voedselproductie en het afbreken van handelsbelemmeringen. Dat zijn de belangrijkste twee maatregelen waarmee de internationale gemeenschap de voedselcrisis in de wereld wil aanpakken, die dreigt door de steeds stijgende voedselprijzen. Dat staat in de slotverklaring van de driedaagse Voedseltop in Rome. In het document wordt verder gepleit voor steun aan kleine boeren in arme landen, die tekort hebben aan zaden, mest en diervoer.

De verklaring werd met uren vertraging aangenomen. Latijns-Amerikaanse landen maakten aanvankelijk bezwaar tegen de oproep om handelsbarrières op te heffen; in Argentinië zijn exportbelastingen een beproefde manier om consumenten te beschermen tegen hogere voedselprijzen. Cuba eiste lang dat een verwijzing naar het Amerikaanse handelsembargo tegen dat land zou worden opgenomen.Een andere heikele kwestie, het gebruik van voedselgewassen voor biobrandstof, leverde opvallend genoeg minder problemen op.

Dat was enigszins tot teleurstelling van Olivier de Schutter, VN-expert op voedselgebied. Hij constateerde dat de voorstanders van het gebruik van gewassen als mais, soja, suiker en palmolie voor brandstof weinig in de weg is gelegd.

In de slotverklaring van Rome staat niets negatiefs over biobrandstoffen, maar wordt het slechts een kwestie genoemd waarover de ‘internationale dialoog’ moet doorgaan. Vooral de Verenigde Staten en Brazilië houden vast aan het gebruik van de voedselgewassen. De Amerikaanse minister van Landbouw Ed Schafer heeft eerder bepleit om een kwart van de Amerikaanse mais te gebruiken voor ethanol. Brazilië gebruikt daar zijn rietsuiker voor.

Geen lange-termijnoplossingen

Tijdens de voedseltop, waaraan 183 landen deelnamen, is twee miljard euro aan hulp toegezegd. Het Wereldvoedselprogramma van de VN stelde nog eens een miljard euro ter beschikking voor de armste zestig landen. Maar volgens VN-topman Ban KiMoon is jaarlijks 13 miljard euro nodig om de voedselproductie op peil te brengen. Jacques Diouf, hoofd van de VN-voedsel- en landbouworganisatie FAO die de top voorzat, hoopt dat al de komende weken in zaden wordt geïnvesteerd om het oogstseizoen niet ongebruikt voorbij te laten gaan. Humanitaire organisaties vinden dat de slotverklaring geen oplossingen biedt voor de langere termijn.

Rond de 900 miljoen mensen in de wereld lijden honger. De problemen worden verergerd door de toegenomen vraag uit vooral Aziatische landen, door mislukte oogsten en door de stijgende brandstofprijzen. Naar verwachting zullen basisproducten als rijst en graan de komende tien jaar zeker de helft duurder zullen worden.

Maar ook consumenten staan niet helemaal machteloos. Wat zij kunnen doen?

Eet geen vlees

Volgens professor Hans-Peter Weikard, milieueconoom aan de Wageningen Universiteit, is vleesconsumptie eigenlijk het enige waar de consument echt een steentje kan bijdragen. Het helpt niet alleen om voedseltekorten op te lossen en de prijzen te drukken, maar is het ook beter voor het milieu. ‘Ruim vier kilo graan wordt omgezet in één kilo vlees. Runderen en varkens eten ‘‘ons’’ voedsel op en er vindt ontbossing plaats om al dat voedsel op te verbouwen.’ Vooral belangrijk is hoe de beesten worden gehouden. ‘Alleen vee houden in bergachtige gebieden die niet geschikt zijn voor gewassen’

Stem en demonstreer

Resultaat behalen kunnen alleen regeringen. Dick de Zeeuw, oud-bestuursvoorzitter van de Wageningse Landbouwschool, houdt zich al sinds de jaren 60 met deze problematiek bezig. Volgens hem is er maar één ding dat de consument kan doen: de eigen regering onder druk zetten, bijvoorbeeld door bewust te stemmen, te lobbyen of te demonstreren. Het publiek is vooral heel gretig om te worden gerust gesteld, maar dat werkt niet. ‘Maar alleen via de politiek kan de consument invloed uitoefenen. Zet politici dus onder druk om deze crisis bij te wortels aan te pakken en op te lossen’, zegt De Zeeuw.

Geef geld

‘Mensen kunnen meer doneren aan voedselorganisaties als het Wereld Voedsel Programma’, denkt Gerrit Antonides, hoogleraar economie in Wageningen. Dat kan goed samen met consuminderen. ‘Eet minder en verbruik minder energie. Het geld dat je daarmee bespaart kun je doneren aan de bestrijding van honger in een ander deel van de wereld.’ De hulp ook daadwerkelijk omzetten in resultaten kan de consument helaas niet. ‘Je kunt nog zoveel geld geven, maar als het in de zakken van corrupte politici blijft hangen, dan heeft niemand er iets aan’, waarschuwt Antonides.

Eet aardappelen

Gooi minder weg, dan hoef je minder te kopen en recyclen. ‘Goed nadenken over je verbruik is altijd positief, maar consuminderen is alleen geschikt voor een kleine groep’, zegt milieueconoom Hans-Peter Weikard. Wat wel helpt is minder tarwe en rijst eten, denkt Wouter van der Weijden, directeur van het Centrum voor Landbouw en Milieu. ‘Eet meer aardappelen, want de aardappelteelt neemt minder ruimte in en produceert meer koolhydraten en eiwitten per hectare.’ Of begin je eigen moestuin. In Amerika neemt het aantal mensen dat groente de tuin heeft staan gestaag toe. Vooral voor het goede gevoel,denkt Weikard. ‘Onze tuintjes zijn te klein voor zelfvoorzienendheid.’

Hier-en-nu principe

De voedselcrisis is geen probleem van schaarste, maar van ongelijke verdeling. Oftewel: er is voedsel genoeg voor iedereen, het moet alleen eerlijker worden verdeeld. Daarom adviseert Omslag, ‘de werkplaats voor duurzame ontwikkeling’, dat je per persoon per dag niet meer moet eten dan de wereldwijde voedselproductie toestaat. Als iedereen dat doet is er genoeg voedsel en dalen de prijzen. Daarbij helpt het om seizoensproducten te eten en zoveel mogelijk voedsel uit de eigen regio te halen. Daardoor verbruik je ook weer minder energie en belast je landbouwgrond minder. Eet dus alleen groente die hier en nu beschikbaar zijn.